Overslaan naar inhoud
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Faqta Nederlands: slim kiezen, rustig bouwen

In dit artikel lees je hoe je slimme keuzes maakt in je lessen Faqta Nederlands, wanneer leerlingen klassikaal of zelfstandig werken en hoe je klas went aan stelonderwijs.

Lopen je lessen Faqta Nederlands uit? Dat is in het eerste jaar heel normaal. De methode is nieuw voor jou én voor je leerlingen, en uitloop is mogelijk. Neem nu vooral de tijd om de opbouw van de methode goed in beeld te krijgen. Dit artikel helpt je daarbij in drie stappen. 

1. Keuzes maken in je les

Je hoeft niet alle onderdelen van de les aan te bieden. De methode levert in de tegels en de themavoorbereiding veel input; jij kiest wat jouw klas nodig heeft.

Bereid je les voor vanuit het einddoel:

  1. Bekijk het lesdoel en de bron.
  2. Bekijk de verwerking in het leerwerkschrift (als die er is).
  3. Lees in de themavoorbereiding hoe in de tegel naar de verwerking toegewerkt wordt.
  4. Kies welke slides je gebruikt en welke je overslaat.

Slim kiezen kan bijvoorbeeld zo:

  • Sla de verwerkingsvragen in het leerplatform over, maar bespreek de bron wel met een coöperatieve werkvorm. Of juist andersom.
  • Is één verwerkingsvraag in het leerplatform voor nu genoeg? Dan hoef je ze niet allemaal te doen.
  • Begin achteraan: laat de verwerkingsopdracht zien en toon vervolgens het lesdoel en de bron.
  • Pas de eisen van een opdracht aan, zodat die minder tijd kost.
  • Smeer de lessen uit over meerdere dagen: plan voor de opdracht één les extra in, zodat de klas elke dag aan een klein stukje van de opdracht werkt. Of behandel het verkennen van de taalbeschouwing (uit tegel 2, 8, 13 en 17) op een aparte dag.
  • Wees bij een taalbeschouwingsles met EDI kritisch: zie je dat 80% van de klas de oefenzinnen in een fase goed maakt? Sla dan de volgende paar oefenzinnen over en ga naar de volgende fase.
  • Heeft je klas extra steun nodig bij een vaardigheid? Zet dán gericht de modelscripts, pre-teach tips, klikplaten, coachvragen, differentiatie-tips of de tegel met belangrijke woorden in. Dat kun je voor specifieke leerlingen doen, maar ook klassikaal.
  • En als een opdracht niet af is gekomen, bedenk dan dat het niet betekent dat er niet hard gewerkt is aan lezen, schrijven, spreken en/of luisteren. Het gaat om het proces, niet om het resultaat.

2. Klassikaal of zelfstandig?

De kennisoverdracht in de tegels doorloop je in principe klassikaal. Zo begeleid je het leerproces, kun je modelen en is er ruimte voor coöperatieve werkvormen. De verwerking in het leerwerkschrift doen leerlingen zo veel mogelijk zelfstandig (alleen of in twee-, drie of viertallen).

Klassikaal: Je opent de tegel op het digibord en doorloopt de slides. De verwerkingsvragen en open vragen in de tegel kunnen klassikaal gemaakt en besproken worden met behulp van wisbordjes of beurtstokjes. Je kunt er tijdens het klassikaal werken ook voor kiezen om de verwerkingsvragen over te slaan en alleen de coöperatieve werkvormen in te zetten om de bron mee te bespreken. Daarna gaan leerlingen zelfstandig aan de slag in hun leerwerkschrift.

Zelfstandig: Er zijn een aantal tegels die zich er ook voor lenen om volledig zelfstandig door leerlingen doorlopen te worden. In die lessen doorlopen leerlingen ook de kennisoverdracht zelfstandig, door op Chromebooks zich door de tegel te bewegen. De tegels die leerlingen zelfstandig kunnen doorlopen zijn:

  • Tegel 1 / 16: de starttegel van deel 1 en 4, met een laagdrempelige of vrije schrijfopdracht (als leerlingen een stopwatch op tafel hebben liggen om de tijd te meten).
  • Tegel 8 / 13: de les tussen sessie 2 en 3 van Close Reading.
  • Tegel 5 / 10 / 15 / 20: de alternatieve taalbeschouwingstegel. Is het een EDI-tegel? Doe de EDI-fases dan wel áltijd klassikaal en laat alleen de verwerking zelfstandig door leerlingen maken. In groep 4 is de verwerking bij EDI lessen in het leerwerkschrift, in groep 5 t/m 8 maken leerlingen als verwerking vijftien vragen in het leerplatform. Zo doorlopen leerlingen wel alle fases van EDI en missen ze geen gezamenlijke inoefening.

Hoe de kennis wordt overgedragen kan dus per les verschillen, de verwerking is wel altijd zelfstandig.

Onderdeel

Behandelopties

In de tegel: Klikplaten en bronnen

- Klassikaal
- Zelfstandig op chromebooks bij specifieke lessen

In de tegel: Coöperatieve werkvormen

- Klassikaal

In de tegel: Verwerkingsvragen

- Klassikaal met behulp van beurtstokjes of wisbordjes
- Overslaan
- Zelfstandig op een chromebook

- Eventueel op de weektaak

In de tegel: Open vragen

- Klassikaal bespreken
- Overslaan

- Zelfstandig op een chromebook

Verwerking in het leerwerkschrift

- Zelfstandig
- Deels op de weektaak

Nakijken

- Klassikaal, met de antwoorden en richtlijnen uit het leerwerkschrift


3. Wennen aan stelonderwijs

De schrijfopdrachten in Faqta Nederlands zijn bewust open. Die manier van werken en denken is voor veel leerlingen (en leerkrachten) nieuw, en dat kost tijd. Deze tips helpen als je klas nog moet wennen aan stelopdrachten in Faqta Nederlands:

  • Eerst praten, dan schrijven. Gebruik coöperatieve werkvormen om leerlingen aan het woord te krijgen voor ze gaan schrijven. Bij grote opdrachten kunnen ook de open vragen in de tegel besproken worden, bijvoorbeeld met Denken-delen-uitwisselen.
  • Doe het voor. Gebruik de modelscripts om een stukje van de stelopdracht hardop voor te doen. Laat daarbij ook zien hoe je omgaat met twijfel.
  • Laat een voorbeeld zien. De klikplaat met mentortekst uit tegel 3/18 geeft een beeld van de uitwerking van de grote opdracht in tegel 2/17. Deze klikplaat kun je ook voorafgaand aan het schrijven met leerlingen bekijken.
  • Gebruik tegel 3/18 en 4/19 als uitlooptijd voor de grote opdracht en laat het geven van feedback en het presenteren of publiceren van gemaakt werk in eerste instantie achterwege.
  • Zet de extra begeleidingstips klassikaal in, zodat de hele groep ervan profiteert.
  • Zet verwerking van de stelopdracht deels op de weektaak, zodat leerlingen ook op andere momenten verder kunnen aan grote opdrachten uit tegel 2 of 17.
  • Combinatiegroep? Laat de oudere groep een stelopdracht meedoen met de jongere groep. Zo wennen ze aan het stellen en groeit hun vertrouwen in het eigen schrijven.

Neem de tijd

Uitloop is geen probleem. Wie Faqta Nederlands precies volgens planning volgt, heeft 35 lesweken onderwijs (36 met een projectthema als Lentekriebels erbij). Afhankelijk van je regio houd je dus minimaal 6 tot 8 lesweken over. Het laatste thema (periode 7) bevat bij taalbeschouwing bovendien vooral herhaling en geen essentiële stof voor het jaar erop. Kom je daar niet helemaal aan toe, dan is dat geen ramp.

Gebruik deze eerste twee periodes om de opbouw van de methode te leren kennen. Vanaf blok 3 kun je steeds bewuster kiezen: wat bied ik aan en wat sla ik over.